24
maart

Kalsbeek College: Van verbod op mobieltjes naar devices in de les

Wanrooij was na de eerste kennismaking meteen enthousiast en een aantal collega’s bezocht ook de bijeenkomsten, waaronder Merit Tieman, docent beeldende vakken en onderwijskundig ICT-coördinator. Er is sinds die eerste kennismaking al veel veranderd op het Kalsbeek College als het gaat om de inzet van ICT.  

Interessant netwerk 

Tieman: “Ik was toen net ICT-coördinator en hoorde van verschillende mensen positieve verhalen over IOMN. Ik heb de website bekeken en het leek me interessant. Na twee bijeenkomsten bezocht te hebben, besloten we dat het een goed netwerk was om ons bij aan te sluiten. Ook omdat er binnen school niet zo heel veel kennis was, of in ieder geval niet zichtbaar. We dachten wel na over de vraag naar de meerwaarde van ICT en dan is heel prettig om andere docenten te ontmoeten die daar ook mee bezig zijn. Die misschien net wat stapjes verder zijn en waar we van kunnen leren. Ook schoolbreed lag er twee jaar geleden de vraag wat we op het Kalsbeek aan ICT zouden gaan doen. We hadden een oud ICT-beleidsplan en dat moest worden aangepast. Er was geen structurele inzet van ICT in de reguliere lessen en er waren weinig digitale methoden. Vanuit een aantal secties lagen er verzoeken voor de aanschaf van laptopkarren, zodat er in de lessen meer met ICT gewerkt zou kunnen worden. Er was steeds duidelijker de behoefte om op het terrein van ICT een slag te maken, maar we wisten nog niet precies hoe.” 

Investeren in infrastructuur 

“De eerste impulsen kwamen duidelijk vanuit de docenten”, aldus Wanrooij. “De sectie Engels kwam als eerste met het verzoek laptopkarren aan te schaffen en al snel volgden biologie en Frans. We vroegen ons toen af of iedere sectie dat voor zich zou moeten gaan regelen, of dat het beter zou zijn om te kiezen voor een schoolbreed beleid.” Tieman vult aan: “Ook op directieniveau werd er nagedacht over wat er zou moeten gebeuren. Vooral omdat er vanuit de docenten allerlei initiatieven kwamen. Was bijvoorbeeld het verbod op de inzet van mobieltjes niet achterhaald en wat moest de school met social media? De situatie was niet stimulerend, want een computerlokaal moeten reserveren als je in je les een kwartiertje iets wil doen met ICT is niet praktisch. Het is ook niet bevorderlijk om eens wat nieuwe dingen uit te proberen. De school investeert nu in een goede infrastructuur zoals een draadloos netwerk. Als leerlingen een eigen device meebrengen, kunnen ze gewoon inloggen en ermee aan de slag. Daarnaast is er een ELO met toegang tot digitaal lesmateriaal. Alle lokalen hebben een digibord of een touch televisie. De mogelijkheden om ICT in te zetten, zijn dus ruimschoots aanwezig.”  

Differentiëren 

Op het Kalsbeek College wil men ICT vooral inzetten om meer te kunnen differentiëren op lesniveau. Nu is die inzet nog wel heel erg gebonden aan de methode. Tieman: “Dat is ook logisch want de methode biedt ook houvast. We zetten de eerste stappen naar deels digitaal werken, een geleidelijk overgang dus. Het is nog erg wennen hoe je ICT inzet. Het is niet alleen het vervangen van de methode, maar het vraagt ook een andere manier van lesgeven. Ook wat je de leerlingen thuis laat doen, kan veranderen. Kortom, door ICT ga je als docent anders naar je lespraktijk kijken. Het is dus meer dan een methode op een beeldscherm. In dat opzicht zitten we nu in een tussenfase. Ik geef beeldende vorming en bij dat vak is de inzet van ICT echt een verrijking. Bij sommige opdrachten kun je de uitleg met behulp van filmpjes digitaal aanbieden en ook gebruik maken van flipping the classroom. We denken nu aan een technische uitleg over solderen. We hangen dan een QR-code bij de soldeerbout en de leerlingen kunnen op hun smartphone de instructie bekijken. Als een leerling bijvoorbeeld een gezicht willen boetseren, is een voorbeeld of een tutorial snel opgezocht. Je hoeft als docent niet meer alles steeds opnieuw uit te leggen en het voorkomt dat leerlingen moeten wachten omdat ze niet verder kunnen.”  

Eigen Edcamp 

Wanrooij en Tieman krijgen van de school de ruimte om naar de bijeenkomsten van IOMN te gaan. Wanrooij: “Er wordt van ons verwacht dat wij onze kennis in de school verspreiden. Naar model van de Edcamps die IOMN organiseert, hebben we hier op school een podiummiddag gehouden. Het was een studiemiddag waarop collega’s zelf workshops verzorgden. Er werd ontzettend enthousiast op gereageerd en ook leuk om te zien hoeveel kennis we eigenlijk in huis hebben en die de moeite waard is om met collega’s te delen. Er was ook een leerling die assisteerde bij een workshop over 3D-printen uitleg gaf. Wat betreft het IOMN-netwerk vind ik het leuk dat wij van elkaar kunnen leren. In het begin vroegen we ons wel af of wij ook iets konden bijdragen. Dat viel best mee, want vanuit je eigen ervaring en visie kun je wel degelijk een zinnige bijdrage leveren. We lopen nu een jaar mee in de stuurgroep en dan merk je dat iedere school zo zijn eigen struggle heeft. Dat geeft veel mogelijkheden om elkaar collegiaal te ondersteunen.” Tieman beaamt het: “Je hoeft niet alles perfect te beheersen voor dat je ermee naar buiten komt. Dat merkten we ook hier tijdens de podiummiddag. Het is fijn dat je als collega’s zoveel van elkaar kan leren, want we hebben vaak meer kennis in huis dan we denken. Het is de kunst om dat zichtbaar te maken. Dat kan soms beter werken dan studiedagen met duur betaalde externe deskundigen.”

 

Praktijk

Nieuws

Lees alle nieuwsberichten

Blijf op de hoogte